Hofjes in onze wijken

Hofjes in onze wijken

Ronald Sluiijter

Wie goed zoekt, kan in Leiden de drukte van de stad even ontlopen door binnen te wandelen bij één van de vele hofjes. Of je schaft gewoon bij de VVV de Leidse hofjeswandeling aan, want daar staan ze allemaal in. Het zijn er 36 en daarmee heeft Leiden, op Amsterdam na, de meeste hofjes van Nederland. De hofjes vertegenwoordigen een van de vele vormen van sociale zorg die in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd beschikbaar waren.

De stichters van de hofjes waren rijke Leidenaren, meestal zonder nageslacht, die hun nalatenschap een sociale bestemming wilden geven. Bijkomend voordeel was dat hun naam in veel gevallen voortleefde in het hofje en het was bovendien ook nog eens bevorderlijk voor het eigen zielenheil. Onder de rooms-katholieken tenminste, want bij de gereformeerden mocht dit geen argument meer zijn.

De toelatingscriteria waren per hofje verschillend, maar vaak stonden ze alleen open voor alleenstaande ouderen, hoewel er ook wel echtparen met kinderen in hofjes woonden. Alleenstaande oudere vrouwen waren de grootste groep. Met “oud” werd dan meestal bedoeld boven de vijftig jaar. De hofjesbewoners konden nog zelfstandig wonen, maar kregen doorgaans extra ondersteuning in de vorm van brood, kaas, bier, turf en soms ook kleding. De bewoners hielden elkaar in het oog en konden onderling helpen waar nodig. We zouden de hofjes met een moderne term “aanleunwoningen” kunnen noemen.

Veruit de meeste hofjes zijn gesticht in de 17e eeuw (19 stuks), maar de eerste hofjes dateerden al uit de tweede helft van de 14e eeuw. Het oudste nog bestaande is het Jeruzalemshofje uit 1467. De regels waren doorgaans streng: bewoners mochten niet bedelen, niet drinken en moesten op tijd thuis zijn. Een portier hield toezicht.

 

 

Hofjes in onze wijken

De meeste hofjes die nog bestaan, zijn aan de westkant van de binnenstad te vinden, maar ook onze wijken hebben er toch ook 5.

Via deze link kan je de hofjes ook tijdens een wandeling door de wijken via Google vinden: https://www.google.com/maps/d/u/0/edit?mid=1UPgmrrLu-CODGw3-KWdyeoCNfNFTRiE&usp=sharing

 

 

De oudste en mooiste is ongetwijfeld het Sint Anna Aalmoeshuis, gelegen tussen de Middelstegracht en de Hooigracht, gesticht in 1492.

Sint Anna Aalmoeshuis – Middelstegracht 2-4, Leiden. Foto: Ronald Sluijter 2025.

Dit hofje heeft een eigen kapelletje, dat oorspronkelijk overigens veel groter bedoeld was, met een aantal mooie details. Zo bevat het nog fragmenten met gebrandschilderd glas uit de 16e of 17e eeuw en ook een triptiek – een schilderij op drie panelen – boven het altaar is de moeite waard. Dit hofje is te bezoeken op zaterdagen tussen 14:00-16:00 uur.

Gebrandschilderd glas in de kapel van het Sint Anna Aalmoeshuis. Foto: Ronald Sluijter 2025.

Schuin tegenover de ingang van het Sint Anna Aalmoeshuis ligt het Schachtenhofje. Het werd in 1664 gesticht door Anthonis Jacobsz. van der Schacht, die als weesjongen armoede had gekend, maar rijk was geworden als fabrikant van veters en linten. Versieringen boven de poort verwijzen naar dit beroep. Ook de waterpomp uit 1730 is bijzonder. Aan de ene kant staat de “P” uitgehakt, voor pompwater, aan de andere kant een “R” voor regenwater.

Schachtenhof, Middelstegracht 27, detail gevel. Foto: Ronald Sluijter

Schachtenhof, waterpomp. Erfgoed Leiden MO_0557_0022

Het  François Houttijnshof aan de Hooigracht heeft een wat vreemde ontstaansgeschiedenis. De naamgever bepaalde in zijn testament van 1685 dat na zijn dood zijn dochter en broer het hofje moesten bouwen, maar die overleden al voor de bouw begonnen was. Het testament bepaalde dat dan de ouderlingen van de Remonstrantse Gemeente erfgenaam werden, maar die verzuimden tot de bouw van een hofje over te gaan. Tientallen jaren later werd die fout hersteld en zo kwam het hofje er in 1737 alsnog.

François Houttijnhofje in de 18e eeuw, Hooigracht 81. Beeldbank Historische Vereniging Leiden.

François Houttijnhofje, 2025. Foto: Ronald Sluijter.

Het Juffrouw Maashofje aan de Kalvermarkt is helaas niet te bezoeken. Het is een relatief nieuw hofje, gebouwd in 1901. Architect B.E. Spijker ontwierp een eenvoudig hofje dat bestaat uit een poortgebouw met een eenvoudige regentenkamer erboven. Naast het poortgebouw liggen aan beide zijden twee huisjes en op de binnenplaats bevinden zich evenwijdig aan de voorgevel nog vier huisjes. Woningstichting Ons Doel, die het hofje momenteel in bezit heeft, liet het kortgeleden grondig renoveren.

Juffrouw Maashofje, Kalvermarkt 6. Foto: Ronald Sluijter.

Een ander relatief nieuw hofje heeft wel oude wortels. Het Cathrijn Jacobsdochterhof kwam aan het begin van de zeventiende eeuw tot stand in de Zegersteeg. In 1928 was het hofje een bouwval geworden. De textielfabriek ernaast kocht de huisjes op en breidde uit op het vrijgekomen terrein. Aan de Kaarsmakerstraat kwam toen een nieuw hofje tot stand. De bouw week af van het gebruikelijke patroon: geen huisjes rond een binnenplaats, maar naast elkaar in een straat. Ook de bouwstijl is natuurlijk veel moderner dan die van de oude hofjes. 

Cathrijn Jacobsdochterhof, Kaarsenmakerstraat 1. Foto: Biccie.

Ook dit laatstgenoemde hofje is niet te bezoeken, maar de andere wel. Ga ze eens bekijken, want het is de moeite waard!

Bronnen:

Herman Kleibrink en Ruud Spruit, Hofjes in Leiden (Leiden 1979).

Marlijn Kok (red.), Leidse Hofjes (stadswandeling Leiden 2023). Verkrijgbaar bij de VVV.

Ronald Sluijter, “Oud, afgesloofd, behoeftig en arm”. Bejaardenzorg in Leiden in de achtiende eeuw (doctoraalscriptie Leiden 1995). Te raadplegen via: http://www.historischhuis.nl/Scripties/data/20050312Sluijter.pdf

Ronald Sluijter en Adriadne Schmidt, “Sociale verhoudingen en maatschappelijke zorg”, in: Leiden. De geschiedenis van een Hollandse stad, onder redactie van S. Groenveld, vol. 2 1574-1795 (Leiden 2003), 109-125.